populaire-importmerken

De 7 meest gemaakte fouten bij het importeren van een auto

Een auto importeren lijkt eenvoudig: een leuke prijs, een mooie uitvoering en je haalt hem even op. In de praktijk gaat het vaak mis op details die je pas opmerkt als de auto al op de oprit staat, of erger nog: bij de RDW. Denk aan verborgen schade, een verkeerde BPM-inschatting of documenten die net niet kloppen. Hieronder lees je welke zeven fouten het vaakst geld, tijd en frustratie kosten, met voorbeelden die je waarschijnlijk bekend voorkomen.


Fouten in de voorfase: te veel vertrouwen op de advertentie


De eerste fout is dat veel mensen geen grondige herkomstcheck doen. Een term als “dealeronderhouden” zegt weinig als er geen facturen bij zitten, als een VIN-check ontbreekt of als de kilometerhistorie niet logisch is. Een importauto kan uitstekend zijn, maar het komt ook voor dat een auto is opgebouwd uit onderdelen van schadeauto’s. Daarnaast wordt schade regelmatig onderschat. Foto’s kunnen spuitnevel, scheve naden of een vervangen airbag makkelijk verhullen. Bij twijfel is een onafhankelijke aankoopkeuring verstandig, of vraag in elk geval om lakdiktemetingen en duidelijke detailfoto’s. Tot slot wordt soms de verkeerde auto gekozen voor gebruik in Nederland. Een Duitse premium met luchtvering rijdt fantastisch, maar de onderhoudskosten, de winterbandenplicht in sommige vakantielanden en de verzekeringsklasse kunnen het plaatje flink veranderen. Waar je op moet letten, begint dus bij het beoogde gebruik en niet bij de laagste prijs.


Geldfouten: BPM, bijkomende kosten en ‘koopjes’ die duur blijken


Een veelgemaakte misser is dat de BPM te optimistisch wordt ingeschat. Online rekentools geven hooguit een indicatie, terwijl opties, CO₂-waarden en de afschrijving in de praktijk de uitkomst bepalen. Vooral bij plug-in hybrides en youngtimers kan het verschil aanzienlijk zijn. Ook worden bijkomende kosten vaak vergeten. Denk aan transport, tijdelijke platen en verzekering, tol, een hotelovernachting, een exportkenteken, eventuele vertalingen, de keuring, banden en klein herstel. Een aanbod dat op papier €2.000 goedkoper lijkt, kan na alle extra’s nog maar €300 voordeel opleveren. Wie zeker wil weten wat een auto all-in kost, doet er goed aan om een concreet aanbod te vergelijken, bijvoorbeeld via het importaanbod, zodat je echt appels met appels vergelijkt.


Regelwerkfouten: documenten, RDW en timing


Ook bij het papierwerk gaat het vaak mis. Zonder de juiste buitenlandse kentekenbewijzen, een aankoopfactuur met correcte tenaamstelling en de benodigde conformiteitsinformatie kun je vertraging oplopen of extra stappen moeten zetten. Bovendien kunnen een ontbrekende tweede sleutel of het ontbreken van onderhoudsbewijs later, bijvoorbeeld bij verkoop, nadelig uitpakken. Een andere fout is dat er te laat wordt nagedacht over de RDW-afspraak, de verzekering en de planning. Het regelen van een eendagskenteken of transport en het juiste moment voor de BPM-aangifte moeten op elkaar aansluiten. Als dat niet klopt, kan de auto weken stilstaan terwijl de kosten doorlopen. Neem daarnaast garantie serieus: fabrieksgarantie geldt niet altijd in de hele EU zoals je misschien verwacht, en lokale dealerafspraken zijn vaak niet overdraagbaar.

Wie deze zeven valkuilen afvinkt voordat er wordt getekend, voorkomt de klassieke importstress: onverwachte kosten, gedoe met documenten en teleurstelling bij aankomst. Neem de tijd voor controles, reken liever wat conservatiever en plan het regelwerk zo dat één ontbrekend document je niet meteen een week vertraging oplevert.

 

Lees ook